vrijdag, 11. november 2005 - 17:46

VenW regelt het vervoer van gevaarlijke stoffen

Den Haag

Vandaag heeft het kabinet ingestemd met de Nota vervoer gevaarlijke stoffen van minister Peijs. Zij kondigt in de nota een basisnet aan waarin voor alle hoofdverbindingen over de weg, het water en het spoor wordt bepaald welk vervoer mag plaatsvinden en hoe de ruimte erom heen kan worden gebruikt. Maatregelen als een zorgsysteem, consequente incidentregistratie en gedegen voorlichting over risico’s moeten daarnaast de veiligheid van het transport verhogen.

Het vervoer van gevaarlijke stoffen (zoals LPG, ammoniak en giftige gassen) is een onmisbare schakel in de productie van kunststoffen, meststoffen, geneesmiddelen en de distributie van brandstoffen. Dit vervoer groeit voortdurend. Intussen blijft de ruimte in Nederland schaars en intensief benut, en heeft veiligheid meer dan ooit de allerhoogste prioriteit. Het kabinet wil echter de verleiding weerstaan om dit spanningsveld op te lossen door ‘méér regels’ te stellen. Daarnaast wil het Rijk meer overlaten aan de markt en andere overheden. Daarom vereist het transport van gevaarlijke stoffen een fundamenteel nieuwe regeling. Dat is de achtergrond van de Nota die minister Peijs vandaag naar de Tweede Kamer stuurt.


Het Rijk zet in op twee sporen. In het eerste spoor worden de belangen van ruimte, transport en veiligheid in samenhang bekeken en afgewogen. Die integrale benadering moet het spanningsveld verminderen. Het wettelijk vastgelegde basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het belangrijkste onderdeel. Het basisnet maakt duidelijk over welke verbindingsassen het vervoer van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden en welke gevolgen dit heeft voor andere ruimtelijke functies (zoals wonen, werken en natuur) van een gebied. Bestuurders, bedrijfsleven, omwonenden, en hulpverleners en rampenbestrijding weten zo waar ze aan toe zijn.


Het basisnet bestaat uit drie typen verbindingen: verbindingen waar ruimtelijke beperkingen gelden (categorie 1); verbindingen met beperkingen voor het vervoer (categorie 3); en een tussencategorie met beperkingen voor beiden (categorie 2). Beperking van de ruimtelijke ontwikkeling komt tot uitdrukking in een vaste veiligheidszone rond de verbinding. De Betuweroute is een voorbeeld van de eerste categorie, die maximaal benut moet worden voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Beperkingen voor het vervoer worden uitgedrukt in gebruiksruimte, die aangeeft hoeveel en welke gevaarlijke stoffen over de verbinding mogen worden vervoerd. Het basisnet is nog niet ingevuld, maar zal in ieder geval de belangrijkste haven- en (petrochemische) industrielocaties uit de Nota Ruimte met elkaar verbinden door spoor-, water- en autowegen uit de categorieën 1 en 2. Het treedt 2007 in werking.


Het tweede spoor omvat maatregelen die er puur op gericht zijn het vervoer van gevaarlijke stoffen zelf veiliger te maken. In internationaal verband ijvert Nederland voor minder en betere regelgeving. Zo weet het bedrijfsleven precies waar het aan toe is en worden administratieve lasten tot een minimum beperkt. Voorbeelden van binnenlandse maatregelen zijn een zorgsysteem dat veiligheid integreert in de bedrijfsprocessen en incidentenregistratie die trends en ontwikkelingen in risico’s laat zien. Uitgangspunt is dat altijd wordt gekeken naar de hele keten: van productie en opslag via transport naar de gebruikers. Daarnaast wordt meer geïnvesteerd in communicatie over risico’s.


In de Nota staat hoe Verkeer en Waterstaat de twee sporen verder gaat uitwerken.
Categorie:
Tag(s):