woensdag, 7. juni 2006 - 14:32

Visserijbiologen adviseren lagere haringvangst

Den Haag

Europese visserijbiologen waarschuwen voor een daling van de haringstand in de Noordzee en adviseren de vangst van haring in 2007 terug te brengen tot 240 duizend ton. Verder adviseren zij de bijvangst van jonge haring in visserij op soorten die bestemd zijn voor vismeel (zogenoemde industrievisserij) te halveren.

Vandaag hebben de biologen de nieuwe gegevens over de omvang van de haringstand gepresenteerd aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de visserijsector en maatschappelijke organisaties. De belangrijkste oorzaak van de daling is de tegenvallende hoeveelheid jonge haring die in de afgelopen vier jaar is volgroeid. De toegestane vangst in 2006 was 455 duizend ton.

De omvang van de haringstand in de Noordzee wordt jaarlijks beoordeeld door de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (International Council for the Exploration of the Sea, ICES). Nederland is in ICES vertegenwoordigd door visserijbiologen van Wageningen IMARES te IJmuiden. De toestandsbeoordelingen worden op grond van biologische overwegingen en afspraken over het beheer van de visstand vertaald naar een advies aan de Europese Commissie over nieuwe vangstquota. Vervolgens komt de Commissie met een voorstel aan de lidstaten tijdens de Europese Visserijraad, waarna de Europese visserijministers een besluit nemen over de hoogte van de vangstquota voor 2007. Minister Veerman van LNV zal op grond van de adviezen en reacties vanuit de visserijsector en van maatschappelijke organisaties een standpunt innemen tijdens de Europese Visserijraad. De EU beheert het haringbestand samen met Noorwegen.

De volwassen haringstand in de Noordzee is momenteel gezond en wordt op 1.7 miljoen ton geschat. Toch verwachten de biologen dat deze in de komende jaren zal afnemen. De afname wordt veroorzaakt doordat er in de afgelopen vier jaar weinig aanwas van jonge haring was. Hoewel de biologen veel haringlarven in zee aantroffen, is de overleving van deze larven uitzonderlijk laag geweest. De oorzaak van de lage overleving is nog niet bekend. ICES wil het onderzoek naar de oorzaak intensiveren.

De uitgebrachte adviezen zijn vooral belangrijk voor de Nederlandse trawlervloot. Deze vloot vist onder andere op haring in de Noordzee. De adviezen voor makreel, horsmakreel, blauwe wijting, schol, tong en kabeljauw zullen in oktober door de ICES worden opgesteld.

Wageningen IMARES is opgericht in 2006 en is samengesteld uit het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) en onderdelen van Alterra en TNO. Het instituut richt zich op strategisch en toegepast marien ecologisch onderzoek.
Provincie:
Tag(s):