vrijdag, 23. mei 2008 - 10:21

Asielpeuter loopt tot 8 keer grotere kans op verdrinking

Amsterdam

Kinderen van asielzoekers uit niet-Westerse landen lopen 4 tot 8 keer meer kans om te verdrinken dan Nederlandse kinderen. De peuters vanaf 3 jaar zijn veelal afkomstig van asielgezinnen die recent zijn geïmmigreerd. Nederland is een waterrijk land. Voor asielzoekers uit droge gebieden zoals Irak, Iran en Afghanistan is het wennen om hiermee om te gaan. Daarmee vormt in ons land verdrinking bij jongetjes van twee tot vier jaar zelfs de grootste doodsoorzaak, nog voor aangeboren afwijkingen, leukemie en nekkramp. Dat meldt het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zaterdag.

In de periode 1996-2005 kwamen in Nederland 2.763 mensen door verdrinking om het leven. Onder hen bevonden zich 266 kinderen tot tien jaar oud waarvan de helft onder de drie jaar oud was. Bij 92% van deze kinderen speelde zogenoemde accidentele verdrinking een hoofdrol. De andere gevallen betroffen verkeersongevallen en moord. Surinaamse, Turkse en Marokkaanse kinderen liepen in deze periode 3 tot 4 keer meer kans te verdrinken dan autochtonen.

Desalniettemin is volgens de onderzoekers het verdrinkingsrisico van jonge kinderen sinds 1996 met ongeveer een derde verminderd. Deze daling vond plaats onder zowel autochtone als allochtone kinderen, die al langer in ons land wonen zoals Turken, Marokkanen en Surinamers. Het verdrinkingscijfer van Marokkaanse kinderen is de afgelopen jaren het sterkst gedaald. De onderzoekers hebben de indruk dat Marokkaanse kinderen hun achterstand op zwemvaardigheid aan het inhalen zijn.

Zorgwekkend is echter de stijging bij niet-Westerse allochtonen. Hun verdrinkingsrisico was vanaf 3-jarige leeftijd 4 tot 8 keer zo hoog als dat van autochtone kinderen. De onderzoekers sluiten niet uit dat het aantal niet-Westerse allochtone kinderen dat verdrinkt nog hoger is, omdat veel asielzoekers illegaal zijn of nog niet zijn geregistreerd bij de Gemeentelijke Basisadministratie. Over hen zijn dus geen gegevens bekend.

Opvallend is bovendien dat het met name jongetjes zijn die verdrinken. Onder de 266 kinderen die verdronken in de onderzochte periode bevonden zich 83 meisjes ten opzichte van 183 jongens.

‘Tijdige voorlichting aan gezinnen met jonge kinderen die zich in Nederland vestigen, kan een belangrijk middel zijn om de kans op verdrinking te verminderen’, bepleiten de onderzoekers. ‘Voor jonge kinderen dient daarbij het belang van toezicht te worden benadrukt en voor iets oudere kinderen het belang van zwemvaardigheid.’
Provincie:
Tag(s):