dinsdag, 7. oktober 2008 - 12:18

Gen bepaalt snelheid zaadlozing bij man

Utrecht

De snelheid waarmee mannen een zaadlozing krijgen, is erfelijk bepaald. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Neuropsychiater dr. Marcel Waldinger en farmacologisch onderzoeker drs. Paddy Janssen onderzochten 89 Nederlandse mannen en publiceren de resultaten deze week in het gerenommeerde wetenschappelijke Internationale tijdschrift Journal of Sexual Medicine.

Aan het onderzoek van Waldinger en Janssen werkten 89 Nederlandse mannen mee die lijden aan de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing, dat wil zeggen dat ze er altijd al last van hebben gehad. Daarnaast werd er een controlegroep onderzocht van 92 mannen.

De vrouwelijke partners stelden thuis, met behulp van een stopwatch, gedurende een maand de tijd tot de zaadlozing vast bij elke coïtus. “Dit onderzoek geldt voor mannen die al vanaf het eerste seksuele contact steeds te vroeg klaarkomen, en niet voor mannen die daar later last van krijgen�, benadrukt Waldinger.

Gebrek aan serotonine

Bij mannen met vroegtijdige zaadlozing blijkt de stof serotonine minder actief te zijn tussen de zenuwen in het deel van de hersenen dat de zaadlozing regelt. Deze stof is onder andere betrokken bij seksuele activiteit en eetlust. Het is een stof die een signaal overbrengt van de ene zenuwcel op de andere. Door de lage activiteit van serotonine verloopt deze signaaloverdracht bij mannen met de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing niet goed.

Gen verantwoordelijk

Een al eerder ontdekt gen, 5-HTTLPR, blijkt verantwoordelijk voor de hoeveelheid en activiteit van serotonine en regelt daarmee de snelheid van de zaadlozing. Het gen komt in drie vormen voor: LL, SL en SS. De LL-vorm veroorzaakt een snellere zaadlozing. Mannen met LL ejaculeren gemiddeld twee keer zo snel als mannen met SS en ook bijna twee keer zo snel als mannen met SL. De onderzoekers zijn momenteel ook op zoek naar andere genen die bij de zaadlozing betrokken zijn.

Niet psychisch

Onderzoeker Marcel Waldinger voorspelde al in 1998 dat zowel de snelheid waarmee een man tot een zaadlozing komt als de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing genetisch bepaald zijn. “Deze theorie staat haaks op de al jaren gangbare gedachte dat de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing een psychische aandoening is�, legt Waldinger uit. “De resultaten van ons onderzoek bevestigen de genetische theorie en kunnen bijdragen aan een eventuele gentherapie tegen vroegtijdige zaadlozing.�
Categorie:
Tag(s):