vrijdag, 4. juni 2010 - 11:35

Turkse en Marokkaanse kinderen hebben al vroeg taalachterstand

Utrecht

Ondanks gelijke leervermogens hebben jonge Turkse en Marokkaanse kinderen zowel in hun eerste taal als in het Nederlands een taalachterstand ten opzichte van Nederlandse leeftijdsgenootjes.

Of er thuis meer Turks, Marokkaans of Nederlands gesproken wordt, speelt verrassend genoeg geen rol in de Nederlandse schooltaalvaardigheid van zesjarige kinderen. Dit stelt NWO-onderzoeker Anna Scheele. Zij promoveert op 11 juni aan de Universiteit Utrecht.

Hoe meer kinderen thuis worden voorgelezen en bijvoorbeeld gesprekken voeren met de ouders over meegemaakte gebeurtenissen, hoe beter de schooltaalvaardigheid van de kinderen, zo blijkt uit het onderzoek van Anna Scheele. Hier ontstaat onderscheid tussen de verschillende nationaliteiten. Marokkaans-Nederlandse ouders kunnen hun kinderen niet in hun eerste taal, het Tarifit-Berber, voorlezen omdat de taal geen wijdverbreid schrift heeft. Turkse ouders kunnen dit wel.

Opvallend is verder dat in de Turkse gezinnen meer Turks gesproken wordt, dan dat er Tarifit-Berber gesproken wordt in de Marokkaanse gezinnen.
Provincie:
Tag(s):