woensdag, 16. mei 2012 - 13:28

OM eist 25 jaar cel en TBS voor moordenaar Milly Boele

Den Haag

Het Openbaar Ministerie (OM) Den Haag heeft woensdag in hoger beroep 25 jaar celstraf en TBS met dwangverpleging geëist in de zaak tegen Sander V., de man die verdacht wordt van de moord op Milly Boele in Dordrecht op 10 maart 2010. Dit heeft het OM woensdag bekendgemaakt.

Ook vindt het OM dat vrijheidsberoving, verkrachting en het verbergen van het stoffelijk overschot bewezen kan worden verklaard. Milly Boele verdween op woensdag 10 maart 2010. Nadat ze als vermist werd opgegeven is met man en macht naar haar gezocht.

Zes dagen later werd ze na de bekennende verklaring van verdachte, een politieman die twee huizen verderop woonde, levenloos aangetroffen in zijn achtertuin. Ze bleek op de dag van haar vermissing al om het leven te zijn gekomen.

Het OM vindt dat een gevangenisstraf van zeer lange duur recht doet aan de ernst van de feiten. "Er is sprake van een gruwelijk drama. Verdachte heeft, om zijn pedoseksuele lustgevoelens te bevredigen, een meisje van 12 jaar vanuit haar ouderlijk huis meegelokt, verkracht, vermoord en vervolgens haar lichaam begraven in zijn eigen achtertuin. Dit meisje zal nooit ouder worden dan 12 jaar.

Verdachte heeft allen die haar liefhadden eerst zes dagen in martelende onzekerheid gelaten. Niet alleen de direct nabestaanden maar mensen in het hele land zijn dagenlang bezig geweest met de verdwijning van en de zoektocht naar Milly. Pas nadat het net van de opsporing verdachte volledig had ingesloten en hij niet anders kon, heeft verdachte zich bij de politie gemeld, een ieder in verbijstering achterlatend. Zeker toen ook nog bleek dat verdachte een buurman en tevens een politieman was", aldus de advocaat-generaal (OM) op de zitting.

Verdachte is in de hoger beroepsprocedure op verzoek van de verdediging gedragskundig onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Uit dit onderzoek blijkt, evenals het onderzoek in eerste aanleg, dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht.

Het risico op herhaling van het plegen van een vergelijkbaar delict is reëel. Om dit risico te verminderen is het noodzakelijk dat verdachte intensief en langdurig behandeld worden binnen een klinische setting. Het OM onderschrijft deze conclusies en heeft daarom, naast de geëiste gevangenisstraf, TBS met dwangverpleging gevorderd.

Verdachte stelt dat zijn cannabisgebruik een belangrijke rol heeft gespeeld bij het plegen van de delicten en dat hij uit paniek zou hebben gehandeld. In hoger beroep zijn twee deskundigen gehoord over de gevolgen van cannabisgebruik. Uit hun verklaringen blijkt kort gezegd dat het cannabisgebruik niet drempelverlagend kan hebben gewerkt met betrekking tot het agressieve handelen van verdachte en/of heeft kunnen leiden tot paniek of tot impulsief agressief gedrag.

Het OM sluit zich bij deze conclusie aan. Het cannabisgebruik dat door verdachte als reden en excuus voor het gebeuren wordt gegeven, is in de visie van het OM dan ook van geen relevantie.

De rechtbank veroordeelde verdachte eerder tot een celstraf van 18 jaar en TBS met dwangverpleging na een eis van de officier van justitie tot 25 jaar en TBS met dwangverpleging. Het OM en de verdachte stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het hoger beroep van het OM richt zich tegen de vrijspraak van
verkrachting en de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf.

De uitspraak is naar verwachting op 5 juni.
Provincie:
Tag(s):