donderdag, 11. oktober 2012 - 23:32 Update: 08-07-2014 0:46

Stoppen met roken? Afbouwen en dan de knoop doorhakken!

Utrecht

Moet je nu langzaam afbouwen of ineens stoppen om definitief van je
rookverslaving af te komen? Deskundigen zijn het er niet over eens, en zoals nu blijkt, terecht.

De afdeling Biometris van Wageningen UR (University & Research centre) heeft samen met psychologen van de Universiteit van Amsterdam een wiskundig model opgezet waarmee ze bepaald hebben wat de beste stop-strategie is. In het model worden drie factoren onderscheiden, het nicotinegehalte in het lichaam, de zin om een sigaret of sigaar op te steken en de wil om dat toch niet te doen.

Uiteindelijk moet de wil het winnen van de zin. Het computermodel, dat deze week gepubliceerd wordt in het tijdschrift PLOS ONE, laat zien dat de kans dat dat lukt, het grootst is bij een combinatie-aanpak: eerst langzaam afbouwen en op het juiste moment helemaal stoppen. Helemaal nooit beginnen blijft natuurlijk de beste strategie.

Verslaving
Nicotineverslaving is eigenlijk een vrij simpel proces. De nicotine die via het roken in je lichaam komt activeert receptoren in je hersenen, die stimuleren de activiteit van dopamine, een zogeheten neurotransmitter. Dat geeft de roker een prettig gevoel. Daalt het nicotineniveau, dan neemt de activiteit van dopamine af. Omdat je inmiddels gewend bent geraakt aan de hogere activiteit krijg je zin om weer te gaan roken. De cirkel is rond, de vraag is hoe die te verbreken. Het punt is dat de nicotine in je lichaam weliswaar binnen een dag is verdwenen, maar dat de zin om weer te gaan roken nog maanden kan aanhouden. Simpel gezegd: je moet echt willen stoppen, wil de wil het van de zin winnen. Daar zit het echte probleem.

Voor iedereen anders
De wil om te stoppen met roken, een factor die in het model “zelfcontrole” of “sociale controle” wordt genoemd, wordt beïnvloed door heel veel aspecten: het besef dat roken slecht is voor je gezondheid én voor die van mensen in je omgeving, de sociale acceptie van roken, de prijs van sigaretten, het rookverbod in allerlei gebouwen, dat speelt allemaal een rol. De afweging van al die aspecten is voor iedereen anders. Een therapie om te stoppen met roken moet zich dus niet enkel richten op het verminderen van de zin om te roken, het stimuleren van de wil om te stoppen is zeker zo belangrijk.

Tussentoestand is er niet
Het wiskundig model bevat drie factoren, het nicotinegehalte van het lichaam, de zin om te roken en de wil om te stoppen. Die factoren beïnvloeden elkaar in het model op een zodanige manier dat er twee stabiele toestanden zijn, die van de verstokte roker en die van de overtuigde onthouder. Een tussentoestand is er niet, in ieder geval niet in het model. In werkelijkheid waarschijnlijk ook niet, getuige de problemen die zogenaamd “matige” rokers hebben als ze willen stoppen. Wat wel kan is dat iemand op de wip zit, de verstokte roker heeft dan nog maar een klein zetje nodig om het roken voor eens en voor altijd af te kunnen zweren.

Kantelmoment
Dat is precies wat het model beschrijft, door de hoeveelheid nicotine die een roker per dag inneemt langzaam te verminderen zorg je er voor dat die persoon op de wip komt te zitten. Op dat punt is het relatief het gemakkelijkst om met een extra zetje helemaal te kunnen stoppen met roken. Gewoon het besef dat het je lukt om ineens een hele dag niet te roken, of te merken dat het eten anders smaakt of de bloemen beter ruiken kan al die stimulans zijn, dat is voor iedereen anders. Daar kan een wiskundig model natuurlijk niets over zeggen, dat zegt enkel dat er zo’n kantelmoment is.

Computermodel
Het is en blijft natuurlijk een computermodel, maar belangrijk nieuws is dat
het model aangeeft dat een combinatietherapie wel eens het meest kansrijk zou kunnen zijn. Waarschijnlijk voelt de roker zelf wel aan wanneer het juiste moment is om echt te stoppen, het model geeft aan dat er inderdaad zo’n moment is, en dat geeft de burger moed.

Het wiskundig model is opgezet voor rookverslaving en kan helaas niet zomaar vertaald worden naar andere verslavingsvormen. Wel zullen bij een willekeurige verslaving dezelfde drie factoren een rol spelen: lichaamsprocessen, de zin om toe te geven en de wil om je te verzetten. Hoe die op elkaar inspelen en of dat altijd tot zo’n model leidt zoals hier voor roken, is niet duidelijk. Wel kunnen wiskundigen met modellen dergelijke vragen aanpakken, in samenwerking met psychologen. Ook dat is nieuws.
Categorie:
Tag(s):