donderdag, 11. juni 2015 - 13:44

Minister Hennis wil onderzeeboten vervangen

Minister Hennis wil onderzeeboten vervangen
Foto: Marine
Den Helder

De onderzeeboot behoort tot de hoofdwapensystemen van de Nederlandse krijgsmacht. Alleen dit vaartuig kan langere tijd onopgemerkt blijven, zelfs in een omgeving met grote dreiging, zonder militair overwicht. Voor minister Jeanine Hennis-Plasschaert reden genoeg om een vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten na te streven. Vandaag stuurde ze haar visie op de onderzeedienst naar de Tweede Kamer. De vervanging kondigde ze al in september 2013 aan in de nota ‘In het belang van Nederland’.

De levensduur van de huidige Walrusklasse, die 4 onderzeeboten telt, loopt in 2025 af. Als de eerste nieuwe onderzeeboot in 2025 gebruiksklaar moet zijn, dient Nederland volgens Hennis nog dit jaar te beginnen met de voorbereidingen voor vervanging.

Vraag naar Nederlandse

De onderzeeboot is zeer geschikt voor de bescherming van scheepvaart en handelsroutes, voor de ondersteuning van militaire interventies en om vijandelijke eenheden hun bewegingsvrijheid te ontnemen.

Alleen Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk (VK) en de VS zijn binnen de NAVO in staat hun onderzeeboten langdurig en ver van huis in te zetten. Nederland is daarnaast het enige Europese land dat dit doet met een conventionele, dieselelektrische onderzeeboot en geen nucleair aangedreven variant. Conventionele onderzeeboten opereren beter in drukbevaren en ondiepe wateren. Daarom is er een grote vraag naar de Nederlandse onderzeeboten bij zowel de NAVO als de EU.

Huidige onderzeeboten

De Walrus-onderzeeboten zijn verkenner, wapendrager en uitvalsbasis voor speciale operaties. Ze worden onder meer gebruikt om internationaal georganiseerd terrorisme en zware criminaliteit te bestrijden. De huidige onderzeeboten kunnen met een maritieme taakgroep samenwerken, maar ook zelfstandig opereren. De 4 vermogens bepalen de kracht en veelzijdigheid van de Nederlandse onderzeeboot:

• geloofwaardige, grote en precieze maritieme slagkracht;
• het verzamelen, analyseren en delen van inlichtingen;
• speciale operaties;
• strategische beïnvloeding.

Toekomst

Bij de vervanging spelen de goede ervaringen met de Walrusklasse een rol. Samenwerkingsmogelijkheden met partnerlanden zijn volgens Hennis een uitgangspunt. Ook wil ze nationale kennisinstituten en de defensie- en veiligheidsindustrie in een vroeg stadium bij de vervanging betrekken.

In de visie noemt Hennis geen aantallen, net zomin als het beschikbare budget. Het aantal nieuwe onderzeeboten hangt af van zaken als inzetambitie, behoefte en functionele eisen. Dit wordt onderzocht en vastgesteld tijdens het aankoopproces. Bij dit zogeheten Defensie Materieel Proces (DMP) is de visie een opstap naar de besluitvorming. De minister verwacht dat inzicht in de kosten stapsgewijs toeneemt tijdens het DMP. Het uiteindelijke besluit over de vervanging staat gepland voor 2018.

De eerste stap in het DMP is het invullen van de behoefte, gevolgd door een kosten-batenanalyses en alternatievenvergelijkingen. Operationele, financiële en industriële aspecten spelen uiteraard ook een rol.

Marine voorop

Op het gebied van internationale samenwerking loopt de Koninklijke Marine voorop. Zo werkt die geïntegreerd met de Belgische zeemacht vanuit één operationeel commando. Ook is er vergaande samenwerking met de Britten die met Nederlandse schepen trainen en wordt geoefend met de Zweden, waarbij gebruik wordt gemaakt van hun schip om zeebootbemanningen, indien nodig, te redden.

Frankrijk, het VK en de VS sturen regelmatig studenten op cursus bij de Nederlandse onderzeedienst. Ook leidt de marine onderzeebootcommandanten op van landen als Australië, Brazilië en Canada.

 

De Walrusklasse bestaat uit de Zeeleeuw, de Walrus, de Dolfijn en de Bruinvis. Deze onderzeeboten zijn sinds de eerste helft van de jaren ’90 in de vaart.