vrijdag, 5. februari 2016 - 14:05 Update: 05-02-2016 14:17

Twee jaar cel geëist tegen vrouw (29) na donatie 2.000,- euro aan terroristen

Twee jaar cel geëist tegen vrouw (29) na donatie 2.000,- euro aan terroristen
Foto: Archief FBF.nl
Den Haag

Vrijdag heeft de advocaat-generaal in Den Haag in hoger beroep tegen een 29-jarige vrouw 2 jaar gevangenisstraf geëist voor deelname aan een terroristische organisatie, in 2009 en 2010. dit meldt het Openbaar Ministerie (OM) vrijdag.

De vrouw doneerde 2000 euro aan een terroristische organisatie, de Islamic Jihad Union (IJU)/Islamic Jihad Group, ten behoeve van de gewapende strijd. De vrouw wordt tevens verdacht van deelname aan de voortzetting van een verboden organisatie en van overtreding van de Sanctiewet. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de beide deelnamefeiten en veroordeelde haar tot 6 maanden cel voor overtreding van de Sanctiewet. Zowel de verdachte als het OM ging in hoger beroep tegen het vonnis.

In hoger beroep heeft het OM niet-ontvankelijkheid gevraagd in de vervolging van deelname aan de voortzetting van een verboden organisatie en van overtreding van de Sanctiewet. De grondslag van deze twee feiten is gelegen in de plaatsing van de IJU op de sanctielijsten van de VN en de EU.

De Europese listings van terroristische groeperingen hebben geen strafrechtelijk doel, maar zijn bedoeld om nieuwe terroristische daden te voorkomen. Op grond van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten een organisatie of personen geïnformeerd worden over plaatsing op de lijst en tevens over de redenen daarvan. 

Het is tot dusver onduidelijk gebleven of de IJU is geïnformeerd. Daarbij ontbreekt de motivering voor plaatsing. In een andere, min of meer vergelijkbare zaak bepaalde het Hof van Justitie in 2010 dat plaatsing op de lijst ongeldig was omdat de motivering ontbrak. Die uitspraak is van invloed op het standpunt van het OM in de huidige zaak.

De Nederlandse rechter mag zich niet uitlaten over de geldigheid van zo’n plaatsing. Hij zou zogeheten prejudiciële vragen moeten stellen aan het Hof van Justitie. Dit zou tot jaren vertraging in de huidige zaak kunnen leiden. Dit vindt het OM onwenselijk, ook al omdat het om een inmiddels enkele jaren oude zaak gaat, die in de visie van het OM tot een afronding moet komen. 

Daarbij komt ook dat een veroordeling voor de feiten waarvoor de niet-ontvankelijkheid is gevraagd vrijwel niet van invloed zal zijn op de strafmaat, als het hof conform de eis van het OM tot een veroordeling komt voor de deelname aan een terroristische organisatie. Alles afwegend vind het OM dat het niet langer een belang heeft bij beoordeling van deze feiten door het hof. Het hof doet naar verwachting uitspraak op 3 maart.

Categorie:
Provincie: