Eerste helft herfst op twee na warmste ooit gemeten
De eerste helft van de meteorologische herfst behoort tot de warmste sinds het begin van de metingen in 1901. Met een gemiddelde temperatuur van 15,6 graden tegen 14,0 graden normaal staat deze herfst op een gedeelde derde plaats. Alleen in 2023 en 2006 was de periode van 1 september tot en met 15 oktober nog warmer. Ook liet de zon zich vaker zien dan gebruikelijk met 262 zonuren tegen 220 normaal en viel er minder regen.
De eerste herfsthelft telde in De Bilt maar liefst 26 warme dagen, waarop de temperatuur opliep tot 20 graden of meer. Normaal zijn dat er 15. Vooral september was opvallend warm met 20 warme dagen tegen 13 gebruikelijk. Op drie dagen werd het zomers warm met temperaturen van tenminste 25 graden.
De hoogste temperatuur tijdens de eerste helft van de herfst werd op 7 september gemeten. In het Limburgse Ell werd het 30,4 graden. Ook oktober begon bijzonder zacht met tijdens de eerste week in De Bilt temperaturen van 20 tot 22 graden.
Twee datum-warmterecords eind september
Opvallend was de uitzonderlijk late warmte aan het einde van september. Op 29 september werd het in De Bilt 25,9 graden, waarmee het de warmste 29 september ooit gemeten werd. In Eindhoven steeg de temperatuur zelfs naar 28,6 graden, een nieuw landelijk datumrecord. Een dag later sneuvelde opnieuw een warmterecord. In De Bilt werd het 24,5 graden en in Twente 28,6 graden.
Door de vele warme dagen staat de teller voor heel 2026 inmiddels op 123 dagen met temperaturen van minstens 20 graden in De Bilt. Alleen in 2018 werden er in een kalenderjaar meer warme dagen geregistreerd.
Zonniger en droger dan gebruikelijk
Met gemiddeld 262 zonuren tegen 220 normaal is de eerste helft van de herfst ook duidelijk zonniger dan gebruikelijk. Vooral het oosten en zuidoosten profiteerden van veel zonneschijn. In Maastricht scheen de zon al bijna 290 uur sinds 1 september.
Tegelijkertijd viel gemiddeld over het land 108 millimeter regen, tegen 123 millimeter normaal. De regionale verschillen waren groot. Vooral het westen en noorden kregen regelmatig regen, terwijl het zuiden en oosten aanzienlijk droger bleven.
Ook 2026 uitzonderlijk zonnig
De zonnige herfst draagt bij aan een bijzonder zonnig jaar. Inmiddels staat de teller landelijk op 1918 zonuren, terwijl een gemiddeld volledig kalenderjaar 1824 zonuren telt. Daarmee staat 2026 voorlopig op de derde plaats van zonnigste jaren, achter 2022 en 2025.