FNV, CNV, NU’91: aanpak problemen kraamzorg vergt politieke keuzes
De problemen in de kraamzorg worden niet primair veroorzaakt door een tekort aan personeel, maar door de manier waarop de sector is ingericht. Het personeelstekort is een gevolg, niet de oorzaak.
Door politieke keuzes is er onvoldoende ruimte voor goede arbeidsvoorwaarden en aanpak van de hoge werkdruk. Dat stellen vakbonden CNV, FNV en NU’91 in aanloop naar het Tweede Kamerdebat op donderdag 2 april over de personeelstekorten in de kraamzorg.
De bonden waarschuwen dat de toegankelijkheid en kwaliteit van kraamzorg steeds verder onder druk staan. Wachtlijsten groeien, gezinnen krijgen minder zorg dan nodig en in sommige regio’s, waaronder Noord-Brabant en Utrecht, is kraamzorg nauwelijks nog beschikbaar. Vooral kwetsbare gezinnen worden hierdoor geraakt en de werkdruk van kraamverzorgenden neemt steeds verder toe.
Personeelstekort is gevolg, geen oorzaak
Volgens de bonden wordt het personeelstekort steeds als oorzaak genoemd, terwijl het in werkelijkheid een gevolg is van politieke keuzes. ‘Zolang de randvoorwaarden niet veranderen, blijven de problemen bestaan. Mensen verlaten het vak omdat de werkdruk te hoog is en de arbeidsvoorwaarden onvoldoende zijn. Dan kun je blijven praten over tekorten, maar zolang je het werk niet aantrekkelijker maakt, verandert er niets’, stellen de bonden.
Vak moet aantrekkelijker
De kern van het probleem ligt volgens hen in het huidige stelsel, waarin onvoldoende ruimte is voor goede arbeidsvoorwaarden en het behoud van personeel. De werkdruk is hoog, de inzet onvoorspelbaar en de balans tussen werk en privé staat onder druk. Dat leidt tot uitstroom van ervaren kraamverzorgenden en maakt het vak minder aantrekkelijk voor de instroom van nieuwe mensen. Een belangrijk knelpunt vormen de wachtdiensten. Kraamverzorgenden moeten dagenlang stand-by en direct inzetbaar zijn, terwijl die beschikbaarheid slechts beperkt wordt beloond. ‘We vragen van professionals dat ze continu inzetbaar zijn, maar waarderen die tijd niet als volwaardige arbeidstijd. Dat is niet houdbaar. Zeker voor jonge medewerkers is dit een reden om het vak te verlaten of er niet aan te beginnen, ondanks dat ze de opleiding hebben afgemaakt’, aldus de bonden.
Verschraling zorg en extra druk op medewerkers
Daarnaast zien de bonden dat oplossingen in de praktijk vooral leiden tot het verschuiven van problemen in plaats van het oplossen ervan. ‘De zorgvraag neemt toe, terwijl er minder uren worden geleverd. Dan ga je niet meer uit van wat nodig is, maar van wat er nog over is. Dat leidt tot verschraling van zorg en extra druk op medewerkers’, zeggen zij. ‘De gevolgen zijn zichtbaar: gezinnen krijgen minder zorg en kraamverzorgenden lopen op hun tandvlees.’ De bonden benadrukken dat de verantwoordelijkheid nu te veel bij de kraamverzorgenden zelf wordt gelegd. Tegelijkertijd wijzen werkgevers, zorgverzekeraars en overheid naar elkaar. ‘Er is behoefte aan duidelijke regie. De overheid heeft een verantwoordelijkheid voor de toegankelijkheid en continuïteit van kraamzorg, maar die regie ontbreekt nu’, stellen de bonden.
Politieke keuzes nodig
Structurele aanpak van de problemen in de kraamzorg vraagt om politieke keuzes. Niet morgen, maar nu. Praat met de mensen op de werkvloer, zij weten wat er nodig is. Zonder structurele ingrepen blijft de sector vastlopen en groeit de ongelijkheid. Wie het kan betalen, kan extra zorg inkopen, maar juist de kwetsbaarste gezinnen worden het hardst getroffen.