donderdag, 2. juli 2020 - 16:52

James B. krijgt 30 maanden cel voor plegen seksuele handelingen met meisje

Foto van rechter in toga
Foto: Archief EHF/ foto ter illustratie
Rotterdam

De rechtbank Rotterdam heeft vandaag een 50-jarige James B. veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van de voorlopige hechtenis. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte een minderjarige meisje opzettelijk heeft onttrokken aan het wettelijke gezag. Ook heeft hij ontuchtige en seksuele handelingen met haar gepleegd.

Gebeurtenissen

B. kwam met het 12-jarige slachtoffer in contact via de chat van een online spel. Ook hadden ze contact via de chatfunctie van Facebook. De verdachte wist het vertrouwen van het meisje te winnen en haar zo te bespelen dat ze verliefd op hem werd. Hij probeerde haar van haar familie los te weken. Daarbij ging de verdachte geraffineerd te werk. Het meisje wist dat de verdachte toen 49 jaar was en de verdachte was bekend met haar leeftijd. Uiteindelijk hebben de verdachte en het meisje via de chat een afspraak gemaakt om elkaar in Rotterdam te ontmoeten. De verdachte is vervolgens vanuit de Verenigde Staten van Amerika afgereisd naar Nederland. Hij verbleef twee dagen met het meisje in een hotel in Rotterdam, waar het seksueel contact plaatsvond. Daarnaast heeft de verdachte het meisje gedurende deze twee dagen onttrokken aan het over haar uitgeoefende gezag door haar moeder. Dit heeft tot grote ongerustheid bij de familie van het slachtoffer en tot onrustgevoelens in de samenleving geleid.

Inbreuk op integriteit

De verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van het meisje. (Minderjarige) slachtoffers van dit soort feiten ondervinden vaak langdurige en ernstige psychische schade door deze gebeurtenissen. De rechtbank neemt de verdachte kwalijk dat hij op planmatige wijze te werk is gegaan en dat hij misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij had door het zeer grote leeftijdsverschil.

Straf

Gelet op de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet hoger te laten zijn dan de tijd die de verdachte al in voorarrest had doorgebracht. Verder heeft de verdediging de terminale ziekte van de verdachte naar voren gebracht. Een hogere straf dan de duur van het voorarrest is naar de mening van de verdediging niet passend bij een verdachte die in de laatste levensfase verkeert.
De rechtbank houdt rekening met de terminale ziekte van de verdachte en legt een lagere straf op dan zij anders had gedaan. Gelet op de ernst van de feiten en het strafdoel dat voorkomen moet worden dat anderen soortgelijke feiten plegen, oordeelt de rechtbank echter dat een hogere straf dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten passend en geboden is. Daarnaast moet de verdachte aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen van  β‚¬ 4.000,-.