woensdag, 14. januari 2026 - 13:58 Update: 14-01-2026 13:59

Politieambtenaar niet vervolgd voor dodelijk schietincident Hoofddorp

agenten-donker-politie
Foto: Archief EHF/ foto ter illustratie
Hoofddorp

Het Openbaar Ministerie Noord-Holland (OM) heeft besloten een politieambtenaar niet strafrechtelijk te vervolgen voor zijn betrokkenheid bij een dodelijk schietincident in Hoofddorp op 21 mei 2025. Op basis van de onderzoeksresultaten van de Rijksrecherche is het OM van oordeel dat het schieten door de agent gerechtvaardigd was, omdat hij handelde ter afwending van direct levensgevaar. Dit handelen is volgens het OM in overeenstemming met de Ambtsinstructie voor Politie en de Politiewet.

Aanleiding

In de vroege ochtend van 21 mei 2025 ontving de politie een melding over een steekincident in een woning in Hoofddorp. Uit het telefoongesprek met de meldkamer bleek dat de melder zich in de woning had verstopt terwijl hij de hulpdiensten alarmeerde. Hij zei dat zijn vriend een andere vriend had aangevallen met een mes en dat overal in de woning bloed lag. Vier politieagenten gingen naar het adres en vernamen tijdens het rijden dat de melding was opgeschaald naar een spoedmelding: er was sprake van directe dreiging op levensgevaar of ernstig letsel, er zou daadwerkelijk worden ingestoken op een persoon en er was veel bloed. Toen zij uit hun auto stapten kwam een persoon de woning uit terwijl hij riep ‘’boven, boven, boven’’. Dit bleek de man die hulp had ingeschakeld.
 

Toedracht

De vier agenten gingen de woning binnen. De entree was een doodlopend halletje met een trap naar boven, die uitkwam op een overloop. De agenten liepen achter elkaar de trap op. Boven, op de overloop, lag een man op de grond, met op hem een andere man met een mes in zijn hand. De man met het mes was gekleed in een met bloed doordrenkt gewaad en maakte stekende bewegingen naar de man onder hem. De voorste agent pakte zijn stroomstootwapen en maakte kenbaar dat hij van de politie was. Daarop ging de man staan en bewoog zich met het mes in zijn hand in de richting van de agenten, terwijl hij riep ‘’Allah Akbar’’. Op dat moment gebruikte de voorste agent zijn stroomstootwapen, maar het gewenste effect bleef uit. De man stormde met het mes op de vier agenten af, die nog steeds achter elkaar op de trap stonden. Door de beperkte ruimte en onstabiele positie vielen zij van de trap het halletje in. De man maakte tijdens de val stekende bewegingen met het mes, waardoor één van de agenten in zijn gezicht gewond raakte. Hierna verplaatste de man met opgeheven mes zijn aandacht naar twee andere agenten, die daardoor in het nauw werden gedreven in het doodlopende halletje. Eén van die twee agenten heeft toen zijn wapen gepakt en twee keer gericht geschoten op de man met het mes. Die overleed ter plekke aan zijn verwondingen.
 

Onderzoek

De Rijksrecherche heeft in opdracht van het OM onderzoek gedaan naar het schietincident. Daarbij is o.a. forensisch en ballistiek onderzoek verricht, zijn bodycam-beelden geanalyseerd en zijn getuigenverklaringen beoordeeld. Uit de onderzoeksbevindingen is naar voren gekomen dat de agenten na binnentreden van de woning onmiddellijk werden geconfronteerd met een gewelddadige aanval. Eerst boven aan de trap, waar inzet van het stroomstootwapen geen effect had. En daarna in het halletje, waar de man - na de gezamenlijke val van de trap - zijn aanval voortzette en waarbij hij een politieagent opzettelijk met het mes verwondde. Ook dáárna stopte hij niet. Op basis van de onderzoeksgegevens is gebleken dat sprake was van een ononderbroken en gewelddadige aanval door de man. Het incident heeft vanaf het binnentreden van de woning tot het schieten minder dan een halve minuut geduurd. In die korte tijdspanne bevonden de vier agenten zich in een doodlopende kleine ruime, die als gevolg van de ochtendschemer schaars was verlicht. Ze hadden geen uitwijkmogelijkheden en minder ingrijpende effectieve middelen waren op dat moment niet beschikbaar om het levensgevaar voor de agenten af te wenden.

Beoordeling

Van een politieambtenaar wordt verwacht dat hij zich bij (naderend) gevaar niet uit de voeten maakt, maar actief ingrijpt. Op grond van de Ambtsinstructie is het toegestaan om daarbij in bepaalde gevallen een vuurwapen te gebruiken om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden. Van een dergelijk geval was hier naar het oordeel van het OM sprake. Het fysiek overmeesteren van de man was vanwege de aanwezigheid van het mes, de zeer kleine ruimte, en zijn aanhoudende agressieve gedrag niet mogelijk. Ook waren er geen alternatieven voorhanden om tijdens het incident anders te reageren.
 

Conclusie
Op basis van de onderzoeksresultaten van de Rijksrecherche is het OM van oordeel dat er geen grond is om de politieagent te vervolgen voor het fatale schietincident. De agent handelde om een levensbedreigende situatie te stoppen, veroorzaakt door een man met een mes, die niet voor rede vatbaar was. Het schieten was overeenkomstig de Ambtsinstructie en de Politiewet doelmatig, proportioneel en gerechtvaardigd.

Categorie
Provincie
Blik op 112