Uitzondering op verbod om kippen aan poten op te tillen is niet toegestaan
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) doet uitspraak in zaken over de handhaving van het verbod om kippen aan de poten op te tillen. 'Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van Wakker Dier heeft de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) bedrijven die kippen vangen voor het transport naar het slachthuis, lasten onder dwangsom opgelegd om te voldoen aan dat verbod. Zowel de bedrijven als Wakker Dier stelden daartegen beroep in', zo meldt het CBb vandaag.
Uitzondering op verbod om kippen aan de poten op te tillen
In de lasten had de staatssecretaris een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. De bedrijven konden zich aan de lasten houden door de kippen op een bepaalde daarin omschreven manier aan twee poten op te tillen. Het CBb oordeelt dat deze uitzondering niet is toegestaan. De staatssecretaris moet het verbod onverkort handhaven. Het verbod geldt voor de hele Europese Unie en de uitzondering voldoet niet aan de verplichting in het recht van de Europese Unie dat sancties doeltreffend en afschrikkend moeten zijn. Het CBb beslist daarom dat de uitzonderingsmogelijkheid vervalt.
Geldigheidsduur van de lasten
De staatssecretaris had aan de lasten een geldigheidsduur verbonden van één jaar na verloop van de daarin opgenomen termijn van zes maanden waarbinnen de bedrijven aan de lasten moesten voldoen. Het CBb vindt deze geldigheidsduur met het oog op de vereiste effectiviteit en doeltreffendheid van de sanctie niet passend. Daarom schrapt het CBb ook deze termijn.
Maximale dwangsom
De staatssecretaris had aan de lasten een dwangsom van maximaal 15 duizend euro verbonden. Het CBb vindt dit maximum met het oog op de vereiste doeltreffendheid en afschrikwekkendheid van de sanctie te laag en bepaalt het maximum op 60 duizend euro.
Begunstigingstermijn
Het CBb beslist ook dat de bedrijven tot 1 januari 2027 de tijd krijgen voor aanpassing van hun bedrijfsvoering om te voldoen aan de lasten. Reden hiervoor is dat het CBb de lasten zelf wijzigt wat betreft de uitzonderingsmogelijkheid, de geldigheidsduur en de maximumhoogte van de dwangsom.
Vervolg op eerdere uitspraak van het CBb
In deze uitspraak ging het om handhavingsbesluiten die de staatssecretaris heeft genomen naar aanleiding van een eerdere uitspraak van het CBb (ECLI:NL:CBB:2024:370- U verlaat Rechtspraak.nl). Daarin oordeelde het CBb dat die handhavingsbesluiten gebrekkig waren en dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen. Met de uitspraak van vandaag is definitief beslist op de handhavingsverzoeken.