donderdag, 9. april 2020 - 12:48

Overschot op lopende rekening licht gedaald in 2019

Rekenmachine
Foto: EHF
Amsterdam

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans is in 2019 licht gedaald tot EUR 83 miljard. Dat komt overeen met 10% van het bruto binnenlands product (bbp. In 2018 was nog sprake van een recordoverschot op de lopende rekening. Het overschot lag toen op EUR 84 miljard, oftewel 11% van het bbp.

Hiermee ligt het overschot nog steeds ruim boven de 6% norm van de Europese Commissie. Nederland is volgens IMF-cijfers de nummer 4 ter wereld qua omvang van het lopende rekening overschot.

Daling inkomenssaldo doet toename handelssaldo teniet

Over heel 2019 steeg het handelssaldo, oftewel het saldo van alle export en import van goederen en diensten, met EUR 4,5 miljard tot EUR 87 miljard. Tegelijkertijd daalde het saldo van de inkomens met het buitenland met EUR 5,7 miljard tot EUR -4,1 miljard.

De daling van het primaire inkomenssaldo werd deels veroorzaakt doordat er voor EUR 1,3 miljard meer lonen werden betaald aan in het buitenland wonende werknemers. Daarnaast was ook het saldo van inkomen uit internationale investeringen lager (EUR -2,9 miljard: de Nederlandse winsten die aan buitenlandse moederbedrijven toekomen stegen meer (EUR +16,8 mrd) dan de winsten uit het buitenland voor Nederlandse ondernemingen (EUR +11,6 mrd).

Vierde kwartaal positieve uitschieter

In het vierde kwartaal piekte het overschot op EUR 30,6 miljard (15% van het bbp), na twee opeenvolgende kwartalen van dalingen op jaarbasis (figuur 2). De stijging werd vooral veroorzaakt door een hoger dienstensaldo en een verbeterd primair inkomenssaldo.

Onderliggend was er bij de primaire inkomens sprake van forse dalingen van zowel inkomende als uitgaande winsten, met respectievelijk EUR 8,2 miljard en EUR 8,5 miljard. Dit werd vooral veroorzaakt door bijzondere financiële instellingen, die minder dividenden uitkeerden. Ook was sprake van een daling van EUR 1 miljard in de rentebetalingen aan het buitenland, terwijl de rente-ontvangsten min of meer gelijk bleven.

Categorie:
Provincie: