MBO Raad luidt noodklok over aanhoudende afname mbo-studenten
De instroom in het mbo is opnieuw gedaald, terwijl de vraag naar mbo’ers alleen maar toeneemt. In 2025 begonnen 156.300 studenten aan een mbo-opleiding, 1.400 minder dan een jaar eerder. Dat blijkt uit nieuwe instroomcijfers van de MBO Raad.
In 2024 kozen nog 157.700 studenten voor het middelbaar beroepsonderwijs. Voorzitter Adnan Tekin luidt daarom de noodklok: „We zien deze trend al meerdere jaren, ook nu weer. Het mbo is onmisbaar voor het realiseren van de belangrijkste maatschappelijke ambities van ons land. Werkgevers staan te springen om onze studenten. Tegelijkertijd nemen de studentenaantallen de afgelopen jaren consequent af. Daarom is het cruciaal dat een komend kabinet het mbo prioriteit geeft, om te voorkomen dat Nederland vastloopt.”
Daling van mbo-studenten
De cijfers baren grote zorgen, aldus Tekin. Groei en afname zijn niet gelijk verdeeld over verschillende soorten opleidingen. Bovendien compenseert de groei van bepaalde opleidingen niet de afname van andere. „Dus kom je netto in de rode cijfers”.
„Door vergrijzing en ontgroening wisten we dat deze ontwikkeling eraan zat te komen”, zegt Tekin. „Maar gezien de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan en de relatieve stilstand van de afgelopen jaren, moeten we dit tij keren. Steeds minder mbo-opgeleide vakmensen betekent dat vitale sectoren, waar de vraag naar mbo’ers onverminderd groot blijft, verder vastlopen.”
Ondanks de dalende instroom als geheel groeit het aantal studenten dat kiest voor een technische mbo-opleiding naar circa 20.000. Een tekortsector, waar meer vraag dan aanbod is. Ter vergelijking: in 2021 ging het nog om 18.900 studenten. De afgelopen jaren is daarmee sprake van een kleine groei, mede gedreven door de inzet van mbo-scholen en gunstige arbeidsmarktperspectieven. Ten opzichte van 2024 nam het aantal techniekstudenten licht toe, met 0,4 procent.
„Het laat zien dat het mbo tegen de stroom in jongeren weet te enthousiasmeren voor beroepen waar de vraag groot is. Daar zijn we trots op. Dit zijn de mensen die woningen bouwen en windmolens repareren.”
Zorgopleidingen stabiel
Daarnaast blijft het aantal studenten in het zorgdomein stabiel op ongeveer 50.000. Een andere belangrijke onderwijsrichting van het mbo, die onder meer essentieel is voor verzorgingstehuizen en ouderenzorg. Binnen dat totaal zijn wel duidelijke verschuivingen zichtbaar, maar ook hier is bij meerdere cruciale opleidingen sprake van groei. Zo neemt het aantal studenten verpleegkunde licht toe, groeit helpende zorg en welzijn en laat ook de opleiding verzorgende IG een lichte stijging zien.
„Het is goed om te zien dat zorgopleidingen stabiel zijn, maar ook hier wordt de opgave door vergrijzing alleen maar groter. Dan werkt het averechts als je het stagefonds zorg afschaft, zoals het huidige demissionaire kabinet aankondigde”, zegt Tekin. „Dankzij dit fonds kunnen duizenden mbo-studenten in de zorg stagelopen. Ik roep een nieuw kabinet daarom op om de geplande bezuiniging niet alleen te schrappen, maar ook te investeren in deze cruciale opleidingen.”
Politieke keuzes
De dalende instroomcijfers vragen volgens Tekin om duidelijke politieke keuzes. „Het nieuwe kabinet wil Nederland in beweging brengen. Zonder voldoende en goed gekwalificeerde mbo’ers kan dat simpelweg niet. Dus ik reken erop dat ze de daad bij het woord voegen en investeren in het mbo.”