Gemeente in uitzonderlijke gevallen verplicht om psychiatrische hulphond te vergoeden
Gemeenten zijn in zeer uitzonderlijke gevallen verplicht om de kosten van een psychiatrische hulphond te vergoeden via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Dat heeft de Centrale Raad van Beroep bepaald in drie gelijktijdig behandelde uitspraken.
Wat speelde er?
Drie mensen met een psychiatrisch ziektebeeld vroegen hun gemeente een vergoeding voor de aanschaf en/of opleiding van een hulphond. Zorgverzekeraars vergoeden dit type hulphond niet. Dat is een bewuste keuze van de wetgever. De vraag was of gemeenten dan via de Wmo moeten bijspringen.
Wat is de nieuwe regel?
Tot nu toe mochten gemeenten zo'n vergoeding verstrekken, maar waren ze daartoe niet verplicht. De Centrale Raad van Beroep voegt daar nu aan toe: is iemand zeer ernstig beperkt in zijn zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie, én staat onomstotelijk vast dat een hulphond de enige resterende oplossing is, dan is de gemeente niet alleen bevoegd maar ook verplicht om de vergoeding toe te kennen.
De nadruk ligt op enige resterende oplossing. Een vergoeding komt pas in beeld als werkelijk alle andere mogelijkheden zijn onderzocht. Zijn er nog andere opties denkbaar of onvoldoende onderzocht, dan bestaat er geen recht op vergoeding.
Grondig onderzoek noodzakelijk
Gemeenten moeten bij de aanvraag voor een psychiatrische hulphond alle beschikbare alternatieven serieus onderzoeken. Dit onderzoek is geen formaliteit: alleen als daaruit blijkt dat er geen enkele andere oplossing meer voorhanden is én als er zeer ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid en/of de participatie zijn, kan een vergoeding aan de orde zijn.
Hoe liepen de drie zaken af?
In twee van de drie zaken wees de Centrale Raad van Beroep het verzoek af, omdat niet vaststaat dat de hulphond de enige resterende oplossing was. In één zaak werd de vergoeding wel toegekend. Daarin speelde dat het alsnog uitvoeren van het vereiste onderzoek, of werkelijk alle mogelijkheden waren uitgeput, niet meer mogelijk was. De aanvrager mocht daar niet de dupe van worden.
De lat ligt hoog
De Centrale Raad van Beroep benadrukt uitdrukkelijk dat het gaat om zeer uitzonderlijke gevallen.