donderdag, 28. mei 2026 - 20:04 Update: 28-05-2026 20:28

Stelsel onderzoek melding seksueel grensoverschrijdend gedrag moet op de schop

computer-werkplek
Foto: Archief EHF/ foto ter illustratie
Den Haag

Er gaat veel mis bij onderzoek naar meldingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, en daarom moet het stelsel voor onderzoek op de schop. Dit geldt met name voor persoonsgericht onderzoek. 'Van wetgeving tot vergunningen, opleidingen, toezicht en klachtencommissies: het moet allemaal beter' zo schrijft Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld Mariëtte Hamer in een advies aan de minister van Justitie en Veiligheid.

Beter functionerend stelsel nodig

"De schade van slecht uitgevoerd onderzoek is groot, voor de melder, de beschuldigde en de organisatie. Daar moet een beter functionerend stelsel voor de branche verandering in brengen.”

Slechts 1 examen onderzoeker

In het advies constateert Hamer dat de huidige kaders voor dit type onderzoek tekort schieten. Hamer: “Goed onderzoek kan heel belangrijk zijn bij de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Er zijn bureaus die dat echt goed doen, maar we kennen ook talloze voorbeelden van onderzoek dat niet onafhankelijk, methodologisch incorrect of onzorgvuldig is. De wet laat onderzoeksbureaus veel ruimte: na één examen kun je als onderzoeker aan de slag en de wet stelt weinig concrete kwaliteitseisen aan onderzoek. Hierop wordt ook nog eens weinig toezicht gehouden. Bovendien maken werkgevers met goede bedoelingen soms de keuze voor een onderzoek terwijl dat niet de meest passende interventie is, of omdat ze onvoldoende kennis en middelen hebben om het juiste onderzoeksbureau en onderzoeksopzet te kiezen. Daarom moet het stelsel de komende jaren stevig verbeterd worden om recht te doen aan de meldingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.

Basisonderzoek en specialistisch onderzoek

In dertig aanbevelingen laat Hamer zien wat beter moet. Ze pleit voor een onderscheid tussen basisonderzoek en specialistisch onderzoek: “Nu mag een vergund onderzoeksbureau een relatief simpel vergrijp als ‘stelen van de werkgever’ onderzoeken, maar ook een complexe melding van seksueel grensoverschrijdend gedrag of machtsmisbruik. Terwijl dit type onderzoek specifieke kennis vereist, bijvoorbeeld over interviewtechnieken, wetgeving en psychologie rond coping en schaamte. Daarom zou de vergunning en de opleiding van onderzoekers een basisvariant met daarnaast specialisaties moeten kennen. Ook nascholing en herregistratie zouden verplicht moeten worden. Als we dit vastleggen in een register weet een werkgever ook of het bureau en de onderzoekers gekwalificeerd zijn om een bepaald onderzoek te kunnen doen.” Hamer vindt bovendien dat dezelfde regels moeten gelden voor interne onderzoekscommissies, die binnen een organisatie werken. Ook stelt zij dat het advocatenkantoor van de opdrachtgever geen onderzoek voor hen mag uitvoeren, omdat dit onverenigbaar is met de relatie tot de opdrachtgever.  

Toezicht

Op dit moment hebben Justis en de korpsleiding van de politie de taak om toezicht te houden op vergunde onderzoeksbureaus. In de praktijk hebben zij hier niet de capaciteit en expertise voor. Hamer heeft de voorkeur een nieuwe organisatie op te richten, die inhoudelijk gestalte kan geven aan de toezichtsfunctie en het sanctiebeleid aanscherpt. Dat kan bij verlenging van de vergunning de uitvoering van eerder onderzoek beoordelen. Deze nieuwe organisatie moet ook een externe klachtencommissie in huis hebben, waar volgens Hamer ieder onderzoeksbureau bij aangesloten zou moeten zijn: “Wanneer je vindt dat er iets misgaat in een onderzoek moet je terecht kunnen bij een deskundige en onafhankelijke externe klachtencommissie. Daarmee zorgen we voor betere bescherming voor alle betrokkenen, naast de vaak complexere gang naar de rechter.” Hamer stelt dat de bestaande brancheorganisaties voor particuliere onderzoeksbureaus ook een belangrijke rol kan spelen: hun kwaliteitsstelsels moet geüpdatete worden, en er moet bekeken worden welke rol die stelsels in de toekomst kunnen spelen bij het toezicht op onderzoek.

De juiste interventie

Hamer benadrukt dat persoonsgericht onderzoek niet altijd de juiste interventie is nadat iemand melding doet van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Eerder beschreef ze in de Handreiking cultuurverandering op de werkvloer alternatieven die in sommige gevallen beter werken, zoals mediation. Ook andere onderzoeksvormen kunnen nuttig zijn, zoals een cultuuronderzoek, dat niet herleidbaar is naar personen, maar gericht is op de omgangsvormen en structuur binnen een organisatie of afdeling. Ook voor cultuuronderzoek, dat niet onder de huidige wet valt, zijn wettelijk nauwelijks kwaliteitseisen vastgelegd. Hamer beveelt daarom aan dat er een brancheorganisatie voor cultuuronderzoek in het leven wordt geroepen, die kwaliteit en opleidingen voor cultuuronderzoek kan stimuleren. Ze waarschuwt bovendien voor de vermenging van beide onderzoeksvormen: wanneer cultuuronderzoek persoonsgericht wordt moet het bureau een nieuw onderzoek starten, op basis van de nieuwe wetgeving. Daar moet een handelingskader voor komen. Ook een verplichte ‘voortoets’ bij ieder onderzoek kan voorkomen dat de onderzoekers tijdens het onderzoeksproces voor verrassingen komen te staan.