Droogte zorgt voor verdere oprukking van zout water in rivieren
Door de aanhoudende droogte en het toenemende neerslagtekort voeren de grote rivieren momenteel minder zoet water af naar zee. Hierdoor neemt de invloed van eb en vloed verder landinwaarts toe en schuift de zogenoemde zouttong op in de Nieuwe Maas, de Lek en de Noord. Waterschap Rivierenland volgt de situatie nauwlettend en neemt waar nodig maatregelen om de beschikbaarheid van zoet water te beschermen.
Normaal gesproken zorgt de afvoer van rivierwater ervoor dat zout zeewater wordt teruggedrongen richting de Noordzee. Door de lage rivierafvoer is deze natuurlijke tegendruk momenteel minder sterk. Tegelijkertijd blijft het getij twee keer per dag invloed uitoefenen op de rivieren. Daardoor kan zout water verder het rivierengebied binnendringen dan gebruikelijk.
Wat is een zouttong?
Een zouttong is een laag zout water die vanaf zee via de riviermondingen landinwaarts beweegt. Omdat zout water zwaarder is dan zoet water, stroomt het vaak over de bodem van de rivier. Bij een lage rivierafvoer kan deze zouttong verder opstuwen. In ons beheergebied zien we de toename van de zouttong vooral in de Lek en de Noord.
Gevolgen voor zoetwaterbeschikbaarheid
De beschikbaarheid van voldoende zoet water is belangrijk voor natuur, landbouw, industrie en de drinkwatervoorziening. Een hoger zoutgehalte op de rivieren heeft gevolgen voor het inlaten van water in sloten, vaarten en kanalen. Daarom wordt op verschillende locaties het zoutgehalte continu gemeten.
Waterschap Rivierenland laat bij Kinderdijk alleen water in bij eb. De zouttong vanaf zee is dan minder, en wordt voldoende 'weggedrukt' met zoet rivierwater. Zo blijft het zoutgehalte in de rivieren zo laag mogelijk. En kunnen we voldoende zoetwater inlaten. Tijdens vloed sluiten we de inlaat.
Wanneer het zoutgehalte nog verder oploopt
Wanneer het zoutgehalte nog verder oploopt, kunnen waterbeheerders ervoor kiezen om inlaten tijdelijk te sluiten of alternatieve aanvoerroutes voor zoet water te gebruiken. Dit helpt om het zoutgehalte in het regionale watersysteem zoveel mogelijk te beperken (tegengaan van verzilting).
Een minimaal waterpeil is belangrijk
Pas als er geen andere opties meer zijn, in het uiterste geval, laten we het zoute water ook tijdens vloed in. Dit is echter nog nooit nodig geweest.
Een minimale waterstand is nodig om kades en oevers te behouden. En de Alblasserwaard is een veenweidegebied. Als het waterpeil in veenweide te veel zakt, heb je te maken met versnelde bodemdaling en dus verzakkingen.
De minimale waterstand is daarmee belangrijker dan kwalitatief minder goed water. Deze omstandigheden hebben we als waterschap nog nooit gehad. Tot nu toe konden we het waterpeil hanteren én alleen bij eb inlaten.
Nauwlettend toezicht
Waterschap Rivierenland volgt samen met Rijkswaterstaat en andere waterbeheerders de ontwikkeling van de zouttong en de zoetwaterbeschikbaarheid nauwlettend. Dagelijks worden meetgegevens en weersverwachtingen geanalyseerd om tijdig maatregelen te kunnen nemen.
Oproep om bewust met water om te gaan
De verwachting is dat de druk op de zoetwatervoorraad aanhoudt zolang de droogte voortduurt. Het waterschap roept inwoners, agrariërs en bedrijven op om bewust en zuinig om te gaan met water. Elke besparing draagt bij aan het beschikbaar houden van voldoende zoet water in het rivierengebied.