Nederland en andere NAVO-landen testen verplaatsing gewonde militairen
Grote aantallen gewonden veilig en efficiënt van front naar thuisland verplaatsen. 'Daar draait het om bij Casualty Move (CAMO)26 in Berlijn. Deze 5 dagen durende internationale NAVO-oefening liep vandaag af', zo meldt het ministerie van Defensie vrijdag.
Computergestuurde oefening
CAMO26 is een computergestuurde oefening, dus zonder oefengewonden. Voor de Nederlandse bijdrage is er naast de Berlijnse oefenlocatie een zogenoemde ‘reachback-omgeving’ in Zeist. Daar wordt de internationale besluitvorming in Berlijn verbonden met de crisisaanpak in Nederland.
Spreidingsplan
'Defensie test dan bijvoorbeeld het spreidingsplan voor gewonde militairen met civiele partners. Denk aan GGD/GHOR, het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS), de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)', aldus het ministerie. Dit Nederlandse deel van de oefening moet duidelijk maken waar de verschillende rollen en verantwoordelijkheden liggen. En hoe past dat dan in het internationale NAVO-systeem van verplaatsing van gewonde militairen?
Dosco
Voor de Nederlandse krijgsmacht speelt het Defensie Ondersteuningscommando (Dosco) een sleutelrol. Dit levert een belangrijke bijdrage aan de zorg van militairen in het inzetgebied. Daarnaast verzorgt Dosco onder meer alle transport van en naar het inzetgebied.