woensdag, 27. november 2019 - 8:52 Update: 27-11-2019 10:20

Veel meer fraude met geurproeven bij politie dan gedacht

veel meer fraude, geurhondenproeven, politie,
Foto: Archief FBF.nl
Amsterdam

In de periode tussen midden jaren '80 en 2006 zijn door fraude met geurhondenproeven bij de politie veel meer strafzaken beïnvloed dan to dusver werd aangenomen.

In die periode zijn vele honderden verdachten ten onrechte door een hond als dader aangewezen. Dat schrijft de Volkskrant woensdag. De krant baseert zich op een rapport van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) uit 1998. Het rapport is opgedoken in een onderzoek van de Volkskrant naar de Deventer-moordzaak. Experts spreken van een 'frauduleuze politiecultuur'. 

Onverklaarbare verschillen tusse speurhondenteams 

Al eerder kwam  naar buiten dat politiemensen van team Oost-Nederland vanaf 1997 sjoemelden met geurproeven. Nu blijkt dat in de tien jaar ervoor ook al werd gefraudeerd. Het WODC liet in 1997 ruim 700 geurproeven onderzoeken die ver voor 1997 werden uitgevoerd. De onderzoekers stuitten toen op onverklaarbare verschillen tussen verschillende teams. Bij het speurhondenteam van de politie Oost-Nederland, en een hondengeleider in het bijzonder, wees de hond uitzonderlijk vaak de beoogde verdachte als dader aan. In 74 procent van de gevallen had de groep in het oosten positieve tests, in de rest van Nederland was dat gemiddeld 51 procent. Met die WODC-gegevens is destijds niets gedaan.

'Nooit blind'

In 2006 verklaarden twee politiemensen van het team Oost-Nederland onder ede dat ze de geurproef 'nooit blilnd' uitvoerden, zoals wel de bedoeling is, zo schrijft de krant. De politiemensen wisten welk geurmonster de hond moest aanwijzen om een bewijsmiddel aan een verdachte te koppelen. Na die bekentenis verklaarde het Openbaar Ministerie alle geurproeven van dit team ongeldig met terugwerkende kracht tot 1997. Het ging om zo'n 2685 geurproeven die bijdroegen aan de veroordeling van ruim 2000 verdachten. Dat leidde uiteindelijk tot ongeveer honderd herzieningsverzoeken van veroordeelden. Het is niet duidelijk in hoeveel zaken daarna vrijspraak volgde.

Uiteindelijk stopte het OM pas in 2011 met de proeven vanwege ‘onvoldoende wetenschappelijke basis’.