Hoge Raad: Geen parkeergeld betalen? Dan draai je op voor kosten parkeersysteem
De kosten van gemeentelijke parkeerautomaten en parkeerapps hangen dusdanig samen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting dat zij mogen worden toegerekend aan de inning van deze belasting. Die kosten mogen daarom geheel of gedeeltelijk in rekening worden gebracht bij het opleggen van naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld
De zaak
De belanghebbende heeft zijn auto geparkeerd zonder parkeerbelasting te betalen. Aan de belanghebbende is vervolgens een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 67,30. Dat bedrag bestaat uit de verschuldigde parkeerbelasting van € 2 en uit kosten voor het opleggen van de naheffingsaanslag van € 65,30. Dit bedrag aan kosten voor de naheffing is in overeenstemming met de gemeentelijke Verordening parkeerbelastingen; het is gelijk aan het voor dat jaar geldende maximum bedrag dat volgens het ministeriële Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen (BGP) aan kosten in rekening mag worden gebracht. In het bedrag aan kosten is ook 50% van de (jaarlijkse) kosten van de scanauto’s, de parkeerautomaten en parkeerapps begrepen.
Voor het gerechtshof was onder meer in geschil of bij de naheffing van parkeerbelasting deze kosten wel mogen worden doorberekend. Volgens de belanghebbende is het op grond van het Besluit niet toegestaan om de kosten voor parkeerautomaten in aanmerking te nemen bij het vaststellen van de hoogte van de kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag. Volgens de belanghebbende kunnen die kosten niet worden doorberekend, enerzijds omdat die kosten niet zijn gemaakt ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag en anderzijds omdat ze evenmin samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting. De gemeente stelde daar tegenover dat de huidige parkeerautomaten en ook de parkeerapp in een rechtstreekse verbinding staan met de centrale systemen waar kentekens van auto’s worden geregistreerd, zodat de parkeercontrole met behulp van scanauto’s kan plaatsvinden. Het hof oordeelde dat de gemeente met die toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten van de parkeerautomaten dusdanig samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen dat zij behoren tot de kosten als bedoeld in het Besluit en daarom mogen worden doorberekend.
De belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Oordeel Hoge Raad
De bevoegdheid om kosten in rekening te brengen bij het opleggen van een naheffingsaanslag is neergelegd in de Gemeentewet en nader uitgewerkt in het BGP. In het BGP is geregeld uit welke kostencomponenten de bij een naheffingsaanslag in rekening te brengen kosten ten hoogste kunnen bestaan. Het gaat om kosten voor zover deze samenhangen met de component ‘inning van niet-betaalde parkeerbelastingen’. Onder dergelijke kosten vallen ook kosten die samenhangen met het opleggen van naheffingsaanslagen wegens het niet-betalen van parkeerbelasting. Zonder naheffingsaanslag is het immers voor de gemeente niet mogelijk om niet-betaalde parkeerbelastingen te innen. Met ‘samenhangen’ is in het BGP bedoeld dat de desbetreffende kosten, globaal gesproken, meer dan 10% moeten zijn gemaakt ten behoeve van de desbetreffende kostencomponent (hier: de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen). Er is alleen dan geen samenhang als de desbetreffende kosten geheel of nagenoeg geheel (globaal gesproken, 90% of meer) andere doeleinden dienen. Het staat de gemeente daarom vrij om kosten die (globaal gesproken) voor meer dan 10% samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting, geheel of gedeeltelijk daaraan toe te rekenen.
Het hof heeft geoordeeld dat de kosten van de parkeerautomaten en parkeerapps dusdanig samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen, dat de toerekening daarvan aan de inning van niet-betaalde parkeerbelasting is geoorloofd. Die kosten mogen volgens het hof dus geheel of gedeeltelijk in rekening worden gebracht bij het opleggen van naheffingsaanslagen. In deze oordelen van het hof ligt, aldus de Hoge Raad, besloten dat deze kosten meer dan zijdelings samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen. De oordelen van het hof zijn volgens de Hoge Raad juridisch juist en ook voldoende gemotiveerd. De klacht van de belanghebbende hierover faalt.
Ook de andere cassatieklachten van de belanghebbende slagen niet. De Hoge Raad heeft daarom het cassatieberoep van de belanghebbende verworpen. De uitspraak van het gerechtshof is daarmee definitief.