In bijna alle gemeenten kregen vrouwen tussen 2014 en 2024 minder kinderen
In 2014 kregen vrouwen in 65 procent van de gemeenten gemiddeld meer dan 1,75 kinderen. In 2024 gold dat nog maar voor 19 procent van de gemeenten. Vooral in de grote steden, de kustgebieden van Noord- en Zuid-Holland, Limburg en de grensregio van Noord-Brabant lag het totaal vruchtbaarheidscijfer in 2014 al lager.
De daling zette waarschijnlijk al voor 2014 in, aangezien het landelijke geboortecijfer sinds 2010 terugloopt. Tussen 2014 en 2024 was de afname het sterkst in Fryslân, Flevoland en Zuid-Holland, waar het vruchtbaarheidscijfer met 19 procent afnam. In Zeeland was de daling met 11 procent het kleinst. Het geboortecijfer daalde in zeer stedelijke gebieden harder dan in de overige gebieden.
Vrouwen in grote steden het oudst bij eerste moederschap
In 2024 waren vrouwen gemiddeld 30,4 jaar bij de geboorte van hun eerste kind. Vooral in een aantal grote steden ligt de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen voor het eerst moeder worden hoger dan het landelijk gemiddelde. In Amsterdam, Utrecht en Haarlem ligt die boven de 32 jaar. Vooral in het zuidwesten en noordoosten van Nederland worden vrouwen jonger dan 29 jaar voor het eerst moeder.
Vooral in de biblebelt veel derde en volgende kinderen
Bijna de helft van alle kinderen die in 2024 werden geboren waren het eerste kind van de moeder (46 procent). 37 Procent was een tweede kind en 17 procent was een derde of volgende kind. In Staphorst werden met 41 procent de meeste derde-of-volgende kinderen geboren. Grotere gezinnen komen vooral voor in de biblebelt: een strook die loopt van Zeeland in noordoostelijke richting tot Drenthe en Frŷslan. Veel mensen in dit gebied zijn conservatief protestants en men heeft er gemiddeld traditionelere normen en waarden. In gemeenten in Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland en Utrecht ging het bij weinig van de geboorten om een derde of volgende kind.