Vroeg smartphonebezit bij jongeren gelinkt aan verhoogde gezondheidsrisico’s
Kinderen die al op jonge leeftijd een eigen smartphone hebben, lopen een aantoonbaar groter risico op depressieve klachten, overgewicht en slaapproblemen. Dat blijkt uit een grootschalige Amerikaanse studie die begin 2026 is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics. Het onderzoek levert nieuwe inzichten in de relatie tussen smartphonebezit en gezondheid bij jongeren en voedt de internationale discussie over schermgebruik in de vroege adolescentie.
De studie is uitgevoerd door onderzoekers van meerdere Amerikaanse universiteiten en ziekenhuizen en maakt gebruik van gegevens uit de Adolescent Brain Cognitive Development-studie. In dit langlopende onderzoeksproject worden de hersenontwikkeling, het gedrag en de gezondheid van kinderen en jongeren in de Verenigde Staten jarenlang gevolgd. Voor deze analyse werden data gebruikt van 10.588 kinderen rond de leeftijd van twaalf jaar.
Samenhang met mentale en lichamelijke gezondheid
Uit de resultaten blijkt dat twaalfjarigen met een eigen smartphone vaker te maken hebben met mentale en lichamelijke gezondheidsproblemen dan leeftijdsgenoten zonder smartphone. De onderzoekers vonden een duidelijke samenhang tussen smartphonebezit en depressieve symptomen, een verhoogd risico op obesitas en structureel slaaptekort. Deze verbanden bleven bestaan nadat rekening was gehouden met onder meer sociaaleconomische status, geslacht, lichamelijke ontwikkeling en het bezit van andere digitale apparaten, zoals tablets of spelcomputers.
Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat smartphonebezit een zelfstandige factor is die samenhangt met het welzijn van jongeren. De studie laat zien dat kinderen met een smartphone gemiddeld slechter slapen en vaker kampen met emotionele klachten dan kinderen die nog geen eigen toestel hebben.
Leeftijd waarop smartphone wordt verkregen
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was het moment waarop kinderen hun eerste smartphone kregen. De analyse laat zien dat hoe jonger een kind was bij het verkrijgen van een smartphone, hoe groter de kans op negatieve gezondheidsuitkomsten. Elk jaar dat een kind eerder een smartphone kreeg, ging gepaard met een verdere toename van het risico op overgewicht en onvoldoende slaap.
De onderzoekers benadrukken dat deze bevindingen consistent zijn over verschillende leeftijdsgroepen en meetmomenten. Dit suggereert dat vooral vroege blootstelling aan smartphonegebruik een rol kan spelen bij het ontstaan of versterken van gezondheidsproblemen in de adolescentie.
Ontwikkeling tussen twaalf en dertien jaar
Naast een vergelijking op één meetmoment volgden de onderzoekers ook een groep kinderen over een periode van een jaar. Van de kinderen die op twaalfjarige leeftijd nog geen smartphone hadden, kreeg een deel tussen hun twaalfde en dertiende verjaardag alsnog een eigen toestel. Bij deze groep werd op dertienjarige leeftijd vaker sprake gezien van mentale klachten en slaaptekort dan bij kinderen die ook dan nog geen smartphone gebruikten.
Deze bevinding versterkt het beeld dat de overgang naar smartphonebezit samenhangt met veranderingen in welzijn en gezondheid. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat het hier gaat om samenhang en niet om bewijs voor een direct oorzakelijk verband.
Nuancering en rol van ouders
De auteurs van het onderzoek wijzen erop dat smartphones op zichzelf niet per definitie schadelijk zijn. Voor veel jongeren bieden ze voordelen, zoals contact met vrienden, toegang tot informatie en een gevoel van veiligheid. Wel pleiten de onderzoekers voor voorzichtigheid en begeleiding bij het gebruik van smartphones door jonge kinderen.
In de praktijk kiezen ouders steeds vaker voor duidelijke afspraken over schermtijd, gebruik in de avond en het meenemen van de telefoon naar de slaapkamer. Sommige gezinnen zoeken naar tussenoplossingen, bijvoorbeeld door kinderen wel bereikbaar te maken met een eenvoudig toestel of een SIM Only-abonnement, maar het gebruik van apps en sociale media te beperken.